Home    Kunstenaars   Fotografie   Jaren 50   80 + 25 = 2005   Voorbij Tekenen   Online Galerie    Nieuws    Exposities   
Home >

Voorbij Tekenen



 

 Inleiding tot de expositie Voorbij Tekenen door Arno Kramer :


Openingstekst

 

Enkele zomers geleden werd er in het tijdelijke Stedelijk Museum
Amsterdam

een tentoonstelling georganiseerd onder de titel Drawing Typologies die over

tekenen zou gaan, maar waar bijna geen tekening te bekennen viel. Niet lang

erna kreeg ik een catalogus toegezonden uit Ierland waar in een van de musea

daar een exposities te zien was die The secret Theorie of Drawing heette en

inderdaad er was nauwelijks een tekening te zien. Toen ik de uitnodiging kreeg

van Eva Roovers om deze Voorbij Tekenen te openen dacht ik eerst even dat

ze mij handig pootje wilde lichten en dat ik in een tentoonstelling terecht zou

komen waar ... Inderdaad geen tekening te zien te zou zijn! Dat valt dus reuze

mee.


Het is niet alleen een eer hier te mogen staan, het is ook een uitdaging om te

proberen, telkens weer te proberen, iets te zeggen over wat toch de oudste

kunstdiscipline is die we kennen, En sterker nog deze discipline staat fier

overeind. De ene na de andere tentoonstelling over tekenen wordt

samengesteld en zo is er de laatste jaren wel sprake van een trend.

Omdat ik nog wel eens een tekst heb geschreven en al eerder een opening heb

gedaan waarin ik probeerde iets over het fenomeen tekenen te zeggen dacht ik

dat ik er wel een beetje (theoretische) kijk op had gekregen en dat ik wel iets te

berde kon brengen. Omdat ik het geluk had de afgelopen zomer in het Museum

of Modern Art in New York de tekeningententoonstelling Compass in Hand te

zien, dacht ik naïef dat ik daar die theorietjes van mij wel bevestigd zou zien.

Het tegendeel gebeurde. Deze tentoonstelling kende zijn weerga niet. Ik liep van

de ene zaal naar de andere, soms in steeds grotere verwarring, en in vrijwel elke

zaal dacht ik ja zo kan het dus ook nog. Ik viel van de ene positieve

verbijstering in de andere en de bijna 400 tekeningen die daar hingen waren

kwalitatief, inhoudelijk dus, in techniek, theoretisch en esthetisch zo schitterend

en geweldig dat ik volstrekt confuus het museum verliet. Terug naar af kreeg ik

het gevoel.


Dat af zou kunnen zijn dat: Als je starend uit het raam de condenssporen van

een vliegtuig in de lucht waarneemt, er soms niet alleen een moment van kleine

bezinning is, maar je ook het begin van een lijn constateert, het mogelijke begin

van een beeld. Met het verdwijnen van dat waterdampspoor kan het idee van

een beeld ook weer opgaan in het niets, maar het zet je wellicht eveneens aan

tot gedachten of tot het schrijven van een regel. Als je op winterse dagen de in

V-vorm vliegende ganzen hoog in de lucht voort ziet trekken, soms met enige

aarzeling hun route bijstellend, en we met enige fantasie hun spoor als een

tekening in de lucht zouden willen reproduceren, hebben we het begin van een

 autonoom beeld. Zouden we deze geziene lijnen en een meervoud ervan al dan

niet erbij gefantaseerde lijnen transformeren naar een vel papier, dan is de kans

groot dat er een beeld ontstaat dat niet letterlijk die condens- en routesporen

vertoont, maar dat een eigen beeldende kwaliteit vertegenwoordigt.



De werkelijkheid en de fantasie transformeren naar een beeld is voor

kunstenaars de gewoonste zaak van de wereld. Afhankelijk van talent, kennis en

kunde zal er een beeld ontstaan dat door kijkers op zeker moment geduid

wordt als typisch werk van die en die. De hier exposerende kunstenaar hebben

alle vier al een stevige eigen beeldtaal ontwikkeld. Veel kunstenaars maken

uiteraard technische, dan wel beeldende vorderingen gedurende hun carrière en

zij steunen daarin op ervaring en geleerde technieken. Soms is het wel genoeg,

dan is er de wens om eens met een ander materiaal te werken en uitgedaagd te

worden om de grenzen te verleggen in idee�n en disciplines om tot nieuwe

beeldende mogelijkheden te komen. Ineens wil die kunstenaar bijvoorbeeld

 vanuit een tekening of een schets een ruimtelijk werk maken, zoals Toni van

Tiel  dat doet. Maar een idee van een tekening domweg omzetten naar een

ander medium is natuurlijk niet zo boeiend. Het wordt pas boeiend als de

kunstenaar ontdekt dat die nieuwe discipline of techniek uitdaagt en dat er

risico's moeten worden genomen, waardoor er beeldende en technische

ontdekkingen worden gedaan, die tot een nieuw oorspronkelijk beeld zijn

uitgegroeid. Zoals in de animaties van Irina Birger.


Die kunstenaar is in zijn of haar werk en werkhouding vrijwel altijd een

sensibele, veranderende persoon. En de veranderingen in gevoel en denken zijn

prachtig te volgen in de lange tekeningen van Jasmijn Visser. Het kunstwerk

is en blijft desondanks een bevroren, roerloos beeld. Het maken van een

kunstwerk is ook altijd het vullen van een leegte. Dat maken is tegelijkertijd een

inwijding die de ideeën over het zelf en de ander verandert, maar die je ook zelf

verandert. Het is een metamorfose. Hoe dynamisch of levendig een kunstwerk

ook kan ogen, een bezielde entiteit lijkt te zijn, het blijft een roerloos product

van de geest. Maar dan is er Toni van Tiel, die met ruimtelijk werk en daarin

geluid geïntrigeerd, iets anders aan de orde stelt. Hoewel de relatie tussen zijn

kleine tekeningen en de sculptuur wel te vinden is, heeft hij in beide disciplines

toch zijn geest de vrije loop gelaten en ze een zelfstandige en oorspronkelijke

kwaliteit meegegeven. De tekeningen van Melle de Boer bekijkend is het eerste

begrip dat me te binnenschiet dynamiek. Zijn met flair en vaart getekende series

gaan niet over de vertaling van de werkelijkheid naar een statisch beeld. Zijn

werk vormt veel meer de neerslag van een bijna dagboekachtige getekende

benadering van binnenuit en hij legt zijn ziel en geest wel voor een groot deel

bloot. Frappant dat je kijkend naar de absoluut statische tekeningen van Irina

Birger op een ander spoor wordt gezet, maar dat je juist in het heldere en

statische, evenzo een oorspronkelijke visie en ook avontuur terugvindt. Yasmijn

Visser heeft met haar monnikengeduld in de meterslange tekeningen een meer

meditatieve houding, die in kleine beeldende metamorfoses, uiteindelijk leiden

naar het gewenste totaalbeeld. Van de orde naar een lichte chaos.

 

Telkens is het toch weer een uitdaging om te proberen in woorden iets meer te

zeggen over het tekenen, over processen, keuzes en ideeën, al of niet helemaal

theoretisch onderbouwd, die de aandacht voor het tekenen vergroten.

Uiteindelijk blijft het gaan over de kunstwerken zelf.


De mate van variatie van deze Voorbij Tekenen-expositie is groot. Deze vier

kunstenaars zullen ongetwijfeld in hun ideeën en werken nog vele malen

veranderen. Minimaal, zoals bijna gesymboliseerd in de tekening van Jasmijn

Visser, of subtieler in de transformatie van een statisch werk naar een

videowerk zoals bij Irina Birger. Manifester zoals van de tekening naar de ruimte,

bij Toni van Tiel. Of nog weer anders, meer naar binnengericht bij Melle de Boer.

De meeste kunstenaar kiezen voor wat zij willen maken, maar zij laten vast ook

momenten en gevoelens een rol spelen in het maakproces. Altijd zal de maker

significant in het kunstwerk aanwezig zijn. Altijd zal er een significant percentage

"zelf", zijn ziel, zijn "ik", zijn bewustzijn, kortom zijn "innerlijk" aanwezig zijn

in een kunstwerk. Dat biografisch patroon levert ons een "blik van

binnenuit" op.  


Hoe voorbij we het tekenen in deze expositie ook zijn geraakt, het is een bijna

geruststellend idee voor mij dat Eva Roovers met de keuze voor deze vier

kunstenaars aan de basis, het startpunt van het kunstwerk niet veel heeft

afgedaan. Het beginpunt ligt in veel gevallen toch bij het pakken van een pen,

een potlood of tekenstift en dan begint het "gedonder" op papier.

 

Arno Kramer

16 januari 2010

 Contact    Nieuwsbrief    Links    Site map   
 

Copyright© 2004 Gallerie Witteveen
WordPress Customizations