Peter Angermann maart-april 2007 : expositie
ANTI-AVANTGARDISCH SCHILDEREN
[uit: Rob Perrée, uit : catalogus '80 + 25 = 2005]
Toen Peter Angermann (1945) in 1979 samen met Milan Kunc en Jan Knap ‘Gruppe Normal’ oprichtte, keerde hij in feite terug naar het begin van zijn kunstenaarsschap. ‘Normal’ beschouwde het figuratieve schilderen als een geschikt middel om een groot publiek aan te spreken. De beeldtaal mocht rijk maar moest wel toegankelijk zijn. Het Expressionisme van ‘Die Brücke’ en ‘Der Blaue Reiter’ en de Pop Art met zijn ongegeneerde consumptie van beelden uit de hoge en de lage cultuur, waar Angermann als beginnend kunstenaar zo van onder de indruk was geraakt, mochten weer hun invloed doen gelden. De avantgardistische zijpaden van de jaren zestig (de op actie en politieke verandering gerichte uitingen) en begin zeventig (de invloed van academiedocent Joseph Beuys) konden weer verlaten worden. Een schier eindeloze kunsthistorische bron opende zich.
Hoewel uitzonderingen de stelling ondermijnen en het grensgebied vager is dan de bewering veronderstelt, kan toch gezegd worden dat er verschillen zijn tussen de schilderijen die Peter Angermann in de jaren tachtig maakte en zijn recente werk. In zijn Normal tijd schilderde hij strakker, minder schilderachtig, maar waren zijn doeken vol beeldelementen. Overvol soms. De wat naïeve manier van uitdrukken deed denken aan volkskunst of outsider art. Kitsch had duidelijk geen negatieve connotatie. Er werd niet één verhaal verteld, er leken vele verhalen door elkaar heen te lopen, zonder dat ze hun onderlinge relatie onmiddellijk bloot gaven. Die verhalen waren soms provocatief, meestal absurd of tenminste humoristisch en ze waren vol verwijzingen. Engagement werd niet vermeden. De werken waren figuratief, maar niet naar de werkelijkheid. Ze waren toegankelijk, maar kenden wel verschillende betekenislagen.
Het recente werk lijkt het accent te verleggen naar de techniek zelf, naar de traditionele wetten van het schilderen. In zijn eigen woorden, het ware en het schone worden weer serieus genomen. Daarmee implicerend dat de ‘spielerei’ op zijn oudere doeken, waarbij schoonheid en waarheid van ondergeschikt belang waren, haar langste tijd heeft gehad. De manier waarop hij de verf aanbrengt op het doek (expressionistisch, maar niet echt in halen), de kleuren die hij kiest om een bepaald effect te bereiken (bijvoorbeeld roze, geel en paars), de compositie, het perspectief van waaruit het onderwerp wordt bekeken, al deze aspecten lijken nu belangrijker dan de inhoud. In werken als "Autobahnbrücke Trockau" (2005) is dat overduidelijk. Ze zijn op de plaats van handeling geschilderd en de manier waarop dat gebeurd is, maakt die plaats de moeite waard. De kitsch is uitgebannen. Het narratieve element is verdwenen, de behoefte om verhalen te vertellen behoort kennelijk tot het verleden. Als er al sprake is van engagement, dan houdt dat zich schuil achter de beeldtaal. Humor en vervreemding spelen een bescheidener rol en vinden zichzelf hooguit terug in de relativerende ‘toon’ van veel doeken. Het element tijd is nog wel aanwezig (de prominente aanwezigheid van rijdende auto’s laat daar geen misverstand over bestaan).
Peter Angermann is wars van trends en ontwikkelingen in de beeldende kunst. Hij luistert naar zijn eigen behoeftes en als die zich evolueren dan geeft zijn werk daar blijk van.
@-@
" Een kunstenaar is iemand die op een bijzondere manier zijn waarneming toont. Als hij schildert maakt hij niet alleen iets zichtbaar, maar ook hoe hij het ziet, hoe dat zichtbare uit hem voorkomt, op wat voor manier het bewijst beschikbaar te zijn. "
Peter Angermann, 2002