Rob Scholte
KOPIëREN ALS STRATEGIE
[door Rob Perrée, catalogus '80 + 25 = 2005, Amsterdam, januari 2006]
Om de zoveel tijd staat er weer iemand op die de publiciteit zoekt om er zich over te beklagen dat Rob Scholte (1958) zijn werk heeft geplagieerd. Er wordt bij herhaling gedreigd de kunstenaar een proces aan te doen. Een inmiddels voorspelbare reactie van mensen die niet begrijpen waar Scholte mee bezig is, wat zijn motieven zijn en waarom daarbinnen zijn provoceerdrift als gangmaker fungeert.
In de jaren tachtig werd de kunstgeschiedenis vogelvrij verklaard en de traditionele opvattingen over originaliteit op losse schroeven gezet. De kunstenaar was vrij om te putten uit het archief kunst. Citeren was (weer) toegestaan. Rob Scholte wist die vrijheid op een intelligente en, al klinkt dat paradoxaal, op een originele manier te benutten. Zijn redenering is niet, alles is al gedaan, waarom dan iets nieuws verzinnen. "(Hij bedenkt) nieuwe ordeningen, brengt onverwachte verbanden aan en goochelt met betekenissen."
Bij ‘The Embroidery Show’ (2005), één van zijn laatste projecten, hangt hij bestaande borduurwerkjes, hét grote cliché van kleinburgerlijkheid, de Libelle zoals het blad bedoeld is, omgekeerd op aan de wand. Dan vertonen ze opeens een ziel, dan worden ze opeens intrigerend en raadselachtig. Iets vergelijkbaars gebeurt met de werken die hij maakte onder de verzamelnaam ‘Blue Period’ (2004). Bekende beeldmerken, beelden of objecten voert hij uit in blauw en wit en doet er een klassiek, goudachtige lijstje omheen. Daarmee dwingt hij de kijker ze een tweede kans te geven. Zijn kopie van ‘Olympia’ van Manet, ‘Utopia’ uit 1988, is een kopie van een vaker gekopieerd meesterwerk, waar hij iets (maatschappijkritisch?) aan toevoegt door de naakte vrouw te transformeren in een houten pop en van de bediende een zwarte jongen te maken. Ook zijn grootste project ‘Après Nous le Deluge’ (1995), de beschildering van de replica van Huis ten Bosch in Nagasaki, is meer dan het aanbrengen van muurschilderingen gebaseerd op bestaande beelden uit zijn beeldarchief. Het is kopiëren in een land dat het kopiëren tot één van zijn belangrijkste karaktertrekken mag (of moet) rekenen.
Het zou verkeerd zijn Rob Scholte te beoordelen op zijn schildervaardigheid. Die is redelijk beperkt. Hij noemt zijn stijl zelf "houterig, ongemakkelijk, stroef, op het lelijke af". Anderen zijn werken laten uitvoeren past niet alleen in zijn concept van oorspronkelijkheid, het heeft soms ook een puur praktische oorzaak. Voor hem is dat vermeende gebrek onbelangrijk. Hij is geen schilder die op dat gebied tot nieuwe dingen wil komen. Hij solliciteert er niet naar de nieuwe Rembrandt te worden. Voor hem is het veel interessanter om bij wijze van spreken werken van Rembrandt die door hun hoge verspreidingsgraad tot cliché zijn verworden een nieuw leven te geven. Hij is de man van de strategieën.
Rob Scholte staat veel dichter bij Andy Warhol dan bij al die kunstenaars die in de jaren tachtig zich weer op het schilderen hebben gestort. Ze hebben gemeen dat ze bestaande beelden zo ‘bewerken’ dat ze zich weer kunnen verheffen tot illusies, tot beelden die hun glamour terugkrijgen, tot beelden die op een andere manier bekeken en beoordeeld kunnen worden. Beiden doen dat op een toegankelijke, maar vooral originele manier.
@-@
" Ik schuw het gebruik van clichés beslist niet. Ik hanteer ze graag, niet op een platte manier, want mijn schilderijen bevestigen die clichés niet, maar ik gebruik ze om ze in te zetten. Ik bedoel, ik hoef niet voor de zoveelste keer te zeggen "ik hou van jou", maar daar wil ik het wel over hebben. Laten zien dat het in bepaalde situaties een werkelijke pure, doorleefde betekenis heeft. Het cliché en oorspronkelijkheid liggen heel dicht tegen elkaar aan. "
Rob Scholte, 1986