Desmond Morris door Hans Sizoo
‘… my attempt at a dual extremism in my modes of thought’, zo beschreef de Engelse zoöloog en beeldend kunstenaar Desmond Morris (1928) de eigen omgang met de twee voornaamste van zijn verschillende talenten. Een tweevoudig extremisme: het is niet te veel gezegd. Als zoöloog een wetenschappelijk onderzoeker, streng rationeel en ‘a slave to the actual’, met een lange reeks van wetenschappelijke publicaties op het cv, als kunstenaar een man van een ander, zelfs tegengesteld uiterste: een volbloed surrealist. Al vanaf de tijd van een conflict met de tekenleraar van zijn middelbare school, nu bijna zestig jaar geleden, zweert Morris-de-kunstenaar bij een voorrang voor de beelden die in het verborgene van de geest op bevrijding wachten en bij het stoplicht-op-rood voor de censuur van de redelijkheid. Zelfs de ‘good, sound common sense’ die ons in het dagelijkse leven zo behulpzaam is, is dan een vijand die uitdaagt tot rebellie.
Onderwijl was het een derde talent dat Morris zijn grootste roem bezorgde. Dit was zijn gave als popularisator van zijn wetenschap, in twee reeksen van dierenprogramma’s voor de BBC en in boeken als ‘The Naked Ape’en ‘The Human Zoo’, beide over de erfstukken van een dierlijk verleden in het menselijke sociale gedrag. Internationaal behaalde ‘The Naked Ape’ een oplage van meer dan twaalf miljoen. En wat zou een schilder dan nog ? Morris echter besteedde de toestromende contanten aan een huis met een atelier op het verre eiland Malta, om daar zes jaar lang nog slechts als kunstenaar aan het werk te kunnen zijn. Dit tweede bestaan, dat ook in andere perioden van exclusieve toewijding werd ontplooid, heeft dan ook niets van doen met een vrijetijdsbesteding naast het eigenlijke werk. Het is het eigenlijke werk, naast ander eigenlijk werk. Morris’ picturale vorm is niet slechts professioneel maar volstrekt overtuigend en tevens veelzijdig; en ondanks een aanwijsbare invloed van andere surrealisten – Arp, Tanguy, Miró en Ernst – is ze bovendien persoonlijk en soms zeer origineel.
De vorm die het overvloedigst opdook in Morris’ geest en in zijn werk is de biomorfe vorm. Ofwel, anders gezegd: een fantasievorm van organische expressie zonder concreet voorbeeld in de wereld van het echte organische leven. Een surrealist als Arp begon er al mee maar wat Morris ermee deed is een verhaal apart. Zijn biomorfe vormen gedragen zich als acteurs op een toneel, in imaginaire landschappen die meestal slechts uit brede streken van de kwast bestaan. Soms leven ze er in vrolijke darteling de vrijheid uit die de ‘good, sound common sense’ van het gewone leven ons volgens Morris ontzegt. Andere keren ziet men de abstracte vormen zich gedragen op de wijze die men van eicellen en sperma verwacht of van de genitalia van een nog niet ontdekte dierlijke soort. En soms lijkt het oorlog in biomorfenland of men ziet hoe het ene verzonnen wezen een ander creatuur van de fantasie verslindt. Niet anders dus dan Moeder Natuur het voor de meeste van de echte levende wezens heeft voorbeschikt. Want inderdaad: Morris is ook nog zoöloog en een uitgesproken optimist is hij niet. Maar laat ik niet te rationeel worden over deze kunst, want bovenal is Morris-de-kunstenaar een irrationalist. (uit: Kunstbeeld, mei 2005)
Galerie Witteveen 2, Keizersgracht 429 Amsterdam, 7 mei tm 11 juni 2005