|
André van der Vossen (1893 - 1963) door (c) Norbert Roovers, Galerie Witteveen, 1992
"Het omvangrijke abstracte oeuvre van André van der Vossen, dat in een korte
tijdspanne van nog geen tien jaar tot stand kwam, geeft voor alles blijk van een
niet aflatende drang tot experimenteren. Het wordt gekenmerkt door een grote
diversiteit, niet alleen in stillistisch opzicht, maar ook wat betreft de gehanteerde
technieken. (..) Stillistisch bestrijkt het werk uit de periode 1947 - 1957 het
gehele gebied tussen streng geometrische abstractie en meer poëtische, lyrische
abstractie." (Mariette Niermeyer, "Van der Vossen als experimenteel kunstenaar",
1992) [Zie literatuuropgave achteraan].
Opleiding
Opleiding : School voor Bouwkunde, Versierende Kunsten en Kunstambachten
te Haarlem.
uit de "De Hoogdruk Sinds 1900" [literatuur opgave onderaan] :
"van groot belang voor de ontwikkeling van de houtsnede is de
Kunstnijverheidsschool te Haarlem geweest. De school was (..)
een school waar de nadruk lag op de dienende toegepaste kunsten en
sloot als zodanig goed aan bij die stromingen die er naar streefden om
te komen tot wat zij noemden een 'gemeenschapskunst'. (..) De
kunstnijverheidsschool was door haar doelstelling en de uitstekende
leraren die men wist aan te trekken een broedplaats voor nieuwe richtingen
in de kunst."
Gemeenschapskunst : te denken valt hier aan de door William Morris in Engeland
geďnstigeerde richting der ambachtelijkheid gecombineerd met een verfijnde
vormgeving. In Nederland zullen o.m. Willem van Konijnenburg en Jan Toorop
deze richting uitwerken in monumentale zin, terwijl professor Roland Holst de
grote voorganger in Nederland wordt.
Van der Vossen krijgt aan deze school o.m. een uitstekende opleiding in de
houtsnede, die hij later veelvuldig zal maken. Tevens verkrijgt hij hier zijn
vorming als ontwerper, (bijv. het logo van het Kon. Oudheidkundig Genootschap
is van hem), een voor zijn latere werk van groot belang zijnde optiek.
Biografie
1893 geboren op 26 februari te Haarlem
1915 leerling aan de School voor Bouwkunde, Versierende Kunsten en
Kunstambachten te Haarlem
1917 verbonden aan de firma Joh. Enschede en Zonen, Haarlem (tot 1933)
1926 ontwerpt zijn houtsnedeletter, uitgeven bij Joh. Enschede
1929 begint te schilderen
1939 eerste solotentoonstelling
1948 begint abstract te schilderen
1949 jaarlijkse deelname aan de Salon des Realités Nouvelles (tot 1956)
1950 wordt lid Creatie
1953 docent Dienst Aestetische Vormgeving der PTT (tot 1960)
1958 prijs voor zijn ontwerp voor de Nederlandse Europa-zegel;
terugkeer naar de figuratie 1963 sterft op 17 mei te Overveen.
De Postzegelontwerper
In 1920 doet André van der Vossen voor het eerst mee aan de prijsvraag ter
vernieuwing van de Nederlandse postzegel, terwijl hij tevoren reeds betrokken
was geweest bij het ontwerp en de uitvoering van postzegels (bij Joh. Enschede).
In zijn standaardwerk 'Postzegelkunst' schrijft Chr. de Moor (p. 97)
"In 1930 kwam de bekwame ontwerper André van der Vossen aan de beurt om
een reeks kinderpostzegels te ontwerpen. Deze schilder, tekenaar was verbonden
aan het huis Enschede. Hij had een nauw contact met de daar werkzame graveurs
en probeerde samenwerking met hen te stimuleren. Het gunstige resultaat is
zeker te danken aan zijn voortdurende controle op de uitvoering, door de graveurs
Seegers, Steinhausen en Warnaar op uitstekende wijze volbracht. Hiermee werd
het bewijs geleverd dat de door Roland Holst bestreden samenwerking tussen
ontwerper en uitvoerder wel degelijk tot goede resultaten kan leiden."
"Van der Vossen heeft bij het door hem geleverde werk getoond, dat het hem
ernst is met zijn uitspraak dat een postzegel aan de strengste eisen ten aanzien
van de techniek en de esthetiek moet voldoen en dat de zegel een grafisch
kunstwerkje is, toegepast weliswaar, maar zonder reclamekarakter. Hij legt
er zeer de nadruk op, dat het kleurenonderscheid in een reeks groot genoeg
moet zijn, opdat ook bij kunstlicht vergissingen omtrent de waarden der zegels
niet kunnen voorkomen. "
Door van der Vossen ontworpen zegels (met dank aan E. van der Vossen) :
Nederland
1930 kinderzegels
1948 kinderpostzegels (sportende kinderen)
1953 opdruk Watersnoodpostzegel
1953 zomerpostzegels (bloemen)
1954 zomerpostzegels
1957 zomerpostzegels (4 en 30cent)
1958 bijzondere postzegels in het kader van de Europese integratie door de
6 landen van de EEG (12 en 30 cent, de zg. 'E met duif')
1962 4 cent (Koeltorens van de Staatsmijnen)
Nederlands Nieuw Guinea
1949 Kroonduifserie
1954 Paradijsvogels
1955 Rode Kruiszegels
1958 idem
Curacao/ Ned. Antillen
1931 luchtpostserie Mercurius
1934 300 jaar Nederlands gezag
1936 Cijferzegels
1947 Luchtposterie
1954 Strand Aruba
1957 Gelegenheidszegel
1957 Voetbalkampioenschap
1957 Geofysisch Jaar
1957 Monumentenzorg serie
1959 Statuutzegels
1960 Mgr. Niewindts serie
Suriname
1928 v.Heemstra Stichting serie
1930 Luchtpostzegels
1931 Steuncomitee Serie
1936 Scheepjesserie
1955 10 Jaar Bevrijding
1955 Jaarbeurszegel
1956 Koninlijk Bezoek
1956 Caraďbische Commissie
Exposities
1939 Kunstzaal Bennewitz, Den Haag
1946 Galerie Dietrich, Brussel
1947 Kunsthandel van Lier, Amsterdam
Vrij Beelden, Stedelijk Museum Amsterdam (SMA)
Vrij Beelden, Stedelijk van Abbe Museum, Eindhoven
1949 Vrij Beelden, Fodor, Amsterdam Salon des Realités Nouvelle (SRN), Parijs *)
1950 Nieuwe Stromingen in de Beeldende Kunst, SMA Galerie 't Venster, Rotterdam
1951 Creatie, Fodor, Amsterdam Creatie, Galerie 't Venster, Rotterdam SRN, Parijs
1952 Creatie, Kunsthandel 'Le Canard', Amsterdam SRN Parijs
1953 Creatie, Fodor, Amsterdam
1954 Liga Nieuw Beelden, SMA, Asterdam
1955 (groeps), SMA, Amsterdam SRN, Parijs
1956 Liga Nieuw Beelden, SMA, Amsterdam SRN, Parijs
1958 Galerie 't Venster, Rotterdam
1958/1959 Galerie .31, Dordrecht
1959 De Trog, Deventer
1963 Herdenkingstentoonstelling, Museum Huis van Looy, Haarlem
1971 Grote Kerk, Edam
1988 Een Nieuwe Synthese, Leeuwarden, Enschede, Leiden Een Nieuwe Synthese, Galerie Maris, Amsterdam
1989 Galerie Art and Architecture, Amsterdam Moderne Schilders Jaren '50, Galerie Witteveen
1990 Galerie van I.F.F., Tilburg
1991 Galerie Witteveen, Amsterdam
1992 Stedelijk Museum, Schiedam Galerie Witteveen, Amsterdam
1993 Nederlandse Abstraktie Jaren '50, Galerie Witteveen.
[verdere verkoop-tentoonstellingen zijn niet opgenomen;
de Galerie biedt regelmatig werken van Van der Vossen aan, uit zijn
atelier-nalatenschap].
*) De Salon des Realités Nouvelles is een door de beide weduwen Van Doesburg
en Delauney genomen initiatief ter documentatie van de abstracte kunst in
Europa. Als enige Nederlander wordt van der Vossen hiervoor bijna elk jaar
uitgenodigd.
Ontwikkeling
Zijn vriend (en huisarts) A.D. Bloemsma zal later (1992) schrijven :
"Van der Vossen's behoefte aan bredere expressie-mogelijkheden dan die
welke de grafiek hem te bieden had, brachten hem ertoe zich in de oorlogsjaren
toe te leggen op schilderen met olieverf en het aquarelleren. (..) Wij zien dan
ook op de eerste na-oorlogse expositie bij galerie Dietrich in Brussel dat alleen
kleurrijke werken getoond worden. (..) Er is een duidelijke ontwikkeling van
afbeelding naar verbeelding. Eenmaal in de ban van de mogelijkheden ener
vrije expressie blijkt een ontwikkeling tot volledige vrijheid onontkoombaar. "
gegevens uit de 'Doorbraak' :
pp 143: "André van der Vossen behoort tot de kunstenaars die vlak na de oorlog met
de figuratie braken. Groep Vrij Beelden : de surrealistische tendens van deze
groep wekt meer nog dan de abstractie weerstand op in Nederland.
In 1950 wordt van der Vossen lid van Creatie, opgericht door Willy Boers en
Ger Gerrits. In dat jaar verlaten ook Anton Rooskens en Eugene Brands
'Vrij Beeelden' en sluiten zich aan bij Creatie.
In 1954 gaat Vrij Beelden op in de Liga Nieuw Beelden. Vrij Beeelden was
de eerste groep die zich afzette - na de tweede wereldoorlog - tegen de toen
heersende kunstopvattingen. "
CREATIE
In 1950 richten Willy Boers en Ger Gerrits de schildersvereniging Creatie op,
de vereniging ter bevordering van absolute kunst.
"Ter kennismaking" schrijft André van der Vossen in het vouwblad van Creatie #1
het volgende programma :
De vereniging Creatie, opgericht maart 1950, wil de Absolute Beeldende Kunst
in Nederland trachten te bevorderen door het houden van tentoonstellingen,
lezingen, het uitgeven van geschriften en door contacten te leggen met
buitenlandse groepen of verenigingen, die van belang zijn voor dit streven.
Zij achtte deze bevordering noodzakelijk omdat de waardering van deze kunst
in Nederland nog gering is, en de bestaande tegenkanting op onjuiste
vooronderstellingen berust.
De vereniging heeft in het buitenland reeds contacten kunnen leggen met
Denemarken, Frankrijk, Zuid- Duitsland en Italië. Exposities aldaar waren het resultaat. (..)
Een van de eigenschappen van de Absolute Kunst is, dat zij zich beperkt tot de
eigen middelen. Door deze beperking, die een zuivering betekent, heeft deze kunst
verschillende mogelijkheden laten vallen.
Zo bijvoorbeeld verbant men in de Absolute schilderkunst de valse suggestie
van een natuurlijke ruimte, evenals een plastische werking, daar die laatste in
feite behoort tot de beeldhouwkunst. Aldus wil de Absolute schilderkunst het
karakter van het vlak behouden en verkrijgt zó een nieuwe ruimtewerking
uitsluitend met kleur en lijn.
(..) In ieder geval willen wij, beoefenaren der absolute beeldende kunst, ons
beroepen op de muziek. Want wanneer het feit bestaat, dat de muziek bekoort
en ontroert alleen door klank, rythme en melodie, dan moet het ook mogelijk zijn,
dat de beeldende kunst dit eveneens bereikt met louter kleur, lijn en vorm.
(..) Zij wil een zelfstandige kunst zijn, die met eigen middelen op gemoed en geest
der mensen invloed wil uitoefenen. (..) Wij vragen Uw aandacht voor deze kunst, onbevangen en zonder vooroordeel."
De vereniging Creatie wordt op 9 maart 1954 opgeheven, waarna de leden
toetreden tot de Liga Nieuw Beelden, die ter gelegenheid van een tentoonstelling
in de Glashof te Leerdam (1956) het werk van Van der Vossen zal rangschikken
onder :
"dat van kunstenaars, welke hun emoties die ontspruiten aan een zich verbonden
voelen met kosmisch gebeuren, gestalte geven in vorm en kleur. "
(tekst Juul Neumann)
De Collages
Van 23 december 1958 tot 12 januari 1959 stelt André van der Vossen zijn
collages ten toon in de befaamde galerie .31 van Cor de Nobel in Dordrecht.
Zijn collega-kunstenaar Christiaan de Moor (leider van de Estetische Dienst
van de PTT) vermeldt in zijn inleiding :
"Wij werken samen bij de PTT aan het ontwerpen van postzegeld. De Europa
zegel is o.a. van zijn hand. Hij heeft naast de opdrachten een levendige hang
naar vrije uitingen. Allerlei technieken heeft van der Vossen bestudeerd.
Na een leven van vechten is hij vrij kunnen gaan spelen met de zuiverste
middelen van de schilderkunst : vorm, lijn en kleur, deze ordenend en bundelend.
(..) Met deze collages heeft van der Vossen zich in zijn eenvoudigste vorm
uitgesproken, zuiver en gaaf als een schaakspeler, die de juiste zetten doet.
Men vindt in dit werk van grote klaarheid twee kanten: die van strenge
opponenten, waarin de ene kleur tegen de andere is gesteld en die,
waarin met uiterste wil een bepaalde toonverhouding is gegroeid.
(..) Hij heeft in de loop der jaren veel mogelijkheden van de abstracte kunst
verwerkt. (..) Er schuilen veel mogelijkheden in de collages. Uit de wijze van scheuren van
het papier ontstaat een oneindige reeks van variaties van effecten.
Hetzij dat het voor U een raadsel blijft, hetzij dat U er onmiddellijk contact
mee krijgt; ik hoop dat U er veel van zult genieten."
De Overzichtscatalogus Punt Eenendertig (1990) vermeldt bij van der Vossen
(1958/1959) de volgende kenmerken :
contacten: Creatie, Vrij Beelden, Liga Nieuw Beelden
voorkeur: o.a. Baumeister, Delauney, Malevitsch, Manessier, Picasso, Poliakoff,
Pollock, Rooskens, Soukages, Wols
literatuur: Franse literatuur en kunsttheorieën van o.a. Baumeister, Haftman;
tijdschiften: Das Kunstwerk, Chimaise, Cahier d'Art. Klassieke muziek.
In de bijbehorende overzichttentoonstelling van .31 (Dordrechts Museum,
mei/augustus 1990) hingen vier van zijn collages.
In 1963 overlijdt van der Vossen, en wordt er in het Haarlemse museum
Huis van Looy een herdenkingstentoonstelling ingericht. Volgens 'De Doorbraak'
wordt hierbij geen enkele aandacht geschonken aan zijn abstracte werken,
gemaakt tussen 1947 en 1957. De enige verzamelaars tot dan toe zijn
prof. A.M. Hammacher en Dr. J.Q. van Regteren Altena (Rijksprentenkabinet).
(Persoonlijke mededeling dhr. E. van der Vossen).
Literatuur opgave van der Vossen
Doorbraak van de Moderne Kunst in Nederland, onder redactie van Willemijn Stokvis, Meulenhof, 1984: pp 59, 143, 153, 154, n-4-177, 8-25, 8-28, 8-38, 9-14
Een Nieuwe Synthese, Geometrisch Abstracte Kunst in Nederland, 1945 - 1965, SDU, 1988 : pp 284, 285, 286, 287
Catalogus Herdenkingstentoonstelling André van der Vossen, Museum Huis van Looy, Haarlem, 1963
Biografie, typescript, bibliotheek, SMA
Catalogus .31, Dordrecht, 1990. Inleiding Chris de Moor : Van der Vossen
Vouwblad Creatie. André van der Vossen, "ter kennismaking", maart 1951
Hoogdruk Sinds 1900, uitgeverij Stachelswine, Amsterdam, 1984 : p 25 : de kunstenijverheidschool te Haarlem p 37 : beschrijving 1 houtsnede, 1 houtgravure pp 135/136 : afbeeldingen
André van der Vossen, uitgeverij De Drijvende Dobber, Franeker, 1992, catalogus bij de expositie André van der Vossen, 1863 - 1963, dagboek in lijnen en kleuren, Stedelijk Museum Schiedam, 11 april - 17 mei 1992, p 4 : Mariette Niermeyer, "Van der Vossen als experimenteel kunstenaar" p 12 : Pieter Wetselaar, "Van der Vossen als graficus" p 14 : A.D. Bloemsma, "Over André van der Vossen".
Vlugschrift 'Verantwoording' (van de expositie), Pieter Th. Tjabbes, wnd. directeur Stedelijk Museum Schiedam, z.d.
Christiaan de Moor, Postzegelkunst, de vormgeving van de Nederlandse postzegel, 's-Gravenhage, 1960, uitgave Staatsbedrijf der PTT-Nederland, 294 pp : pp 63, 65, 68, 69, 97, 103, 146, 147, 159, 166, 169, 170, 181, 189, 192, 193, 228.
~0~
Openingswoord door dhr. E. Van der Vossen, tentoonstelling André van der Vossen, Galerie Witteveen, 17 october 1992
Geachte aanwezigen, dames heren,
Citaten zijn niet altijd aanhalingen in de zin van strelingen of vriendelijkheden.
In het dagboek van André van der Vossen komt heel wat voor dat je met een
zeker leedvermaak als citaat ontleed ziet worden. Maar er zijn ook kleine
treurigheden. Zoals het volgende zinnetje : "Je bereikt je doel nu eenmaal
niet zonder tegenvallers" en dat nu sloeg op mij, toen ik hem op Eerste
Pinksterdag 1951 vertelde dat Vroom & Dreesmann in Den Haag
(waar ik toen werkte) twintig aquarellen van Jan Wiegers had gekocht
tegen de prijs van vijftig gulden stuk. André had in dat jaar 1951 nog
helemaal niets verkocht. Stug ging hij door om, zoals hij zei, kunst te
maken die je geestelijk rijker maakt.
Een zeer geliefde uitdrukking zijnerzijds was :
Il n'y a rien ŕ lire dans mes oeuvres, il y a ŕ voir.
Zijn interesse in het franse kunstleven van na de tweede wereldoorlog,
zijn geestdrifitige participatie in de jaarlijkse Realités Nouvelles in de jaren
1949 -1956, zijn hoop dat zijn werk niet al te zeer uit de toon zou vallen
temidden van dat der GROTEN, der GRANDS zoals hij zei, dat allles vindt
U nu terug in hetgeen hier uit die periode de wanden siert.
De periode 1945 - 1946, de tijd van zijn figuratieve gouaches au pochoir,
is te zien als een trait d'union tussen zijn dertigerjaren tijd met de
houtgravures van fascinerende techniek, en groot sociaal gevoel enerzijds
en het loslaten van het figuratieve werken omstreeks 1948. Hij heeft
steeds ascetisch geleefd, in benarde financieële omstandigheden
gesteund door zijn geliefde vrouw Gre die bij de PTT ging werken.
Toen hij de abstractie weer losliet, om net als de Stael tot een
vereenvoudigd figuratief terug te keren, kwam een ommekeer door
zijn eerste grote internationale erkenning als winnaar van het concours
voor de Europa-postzegels, een erkenning waar hij trots en groots op was.
André van der Vossens' technisch kunnen was verbijsterend.
Sjabloon-technieken, batik-procédés, monoprints, collages, gouaches,
schilderen, tekeningen alles werd benut en gemengd op zijn tochten van
strenge geometrie tot lyrische abstractie. Automatisme, tachisme,
vrije ecriture vonden zonder enig probleem hun daarbij passende techniek.
Invloeden, ik noem Kandinsky, Hartung, Georges Matthieu, Klee, Pollock,
Tobey, Morandi kwamen en gingen. Wat gebleven is, is zijn zwijgzaam
verwerken, zijn fantasievolle interpretatie, zijn discipline als eigen kijk
op zijn eigen kunst. Zijn respect voor zijn artistieke vrienden Ger Gerrits,
Boers, Sinemus, Brands, berustte op eerlijke gronden. Hij was bevoegd tot oordelen.
Ik moge Oeke Witteveen en Norbert Roovers van harte danken voor hun initiatief,
thans voor de derde keer, het werk van André van der Vossen te laten zien.
U herinnert het zich nog wellicht : il n'y a rien ŕ lire dans mes oeuvres,
il y a ŕ voir. Kijkt U, oordeelt U. Hartelijk Dank.
~0~
|