Geboren in Toyohashi, Japan. Ze volgde in Japan een kunstopleiding en een letterenstudie. Sinds 1989 woont en werkt ze in Nederland.
Al jaren hanteert Okubo een specifieke werkwijze: het combineren van conventionele ambachtelijke technieken, zoals het papierknippen, met geavanceerde technische middelen als de computer. De reden dat zij kiest voor zowel ambachtelijk handwerk als voor technische hoogstandjes vloeit voort uit haar theorie dat de evolutie van het oerwezen van de mens minder snel gaat dan de progressie op wetenschappelijk en technologisch gebied: evolutie betekent niet automatisch vooruitgang, en het oerwezen in ons wil dat ook niet altijd. Dit verschil tussen de langzame progressie van de mens en de snelle vooruitgang van de technologie probeert zij duidelijk te maken door op twee totaal verschillende manieren haar werk te maken.
Hiroë Okubo [door Saskia Moshouwer, Kunstbeeld]
In 1989 woonde zij als artist-in-recidence in Nederland. Zij werkte enige tijd in Nijmegen. Na een periode waarin zij tussen Japan en Nederland heen en weer pendelde, besluit zij in 1995 om zich in Nederland te vestigen. Haar werk bestaat uit de opmerkelijke combinatie van ceramische objecten en digitale grafiek. Dit laatste, de grafiek, was het eerste wat ik onder ogen kreeg. Een inktjetprint waarop een complexe ruimtelijke figuur voorkomt, een opengewerkte vorm, die zich vertakt en herhaalt alsof zij de mogelijkheid bezit om to groeien en zich uit to breiden.
De vorm roept associaties op met biologische patronen. Zij herinnert aan de modellen zoals deze inmiddels met behulp van computers worden gemaakt.
Tijdens mijn atelierbezoek bekijk ik echter eerst haar ceramische werk. We gaan naar haar werkruimte in het Europees Ceramisch Werkcentrum in Den Bosch (EHV). Ze is bezig met de afsluiting van haar tweede werkperiode in het centrum en toont haar nieuwe objecten. Het werk is nog niet of en het is altijd gevaarlijk om een beschrijving van onvoltooide werken tegeven, maar wat ik zie spreekt tot de verbeelding en ik doe het toch. Twee vormen die aan amaryllissen herinneren. zijn aan elkaar gehecht, als een jojo. Hiroë Okubo vertelt hoe zij de buitenkant van de vorm met roet pikzwart zal maken, terwijl de binnenkant waar de vormen elkaar raken, helder wit zal zijn. Ze zal de 'bloemen' hoogstwaarschijnlijk aan draden in de ruimte hangen, waardoor de frêle ceramische bladeren op vlindervleugels gaan lijken. Maar zover is het nog niet. Als ik nu naar de onbewerkte figuren kijk, die achter eIkaar staan opgesteld om te drogen, herinnert het grote open vlak aan een buik met navel: de navel van de wereld, zeg ik. Okubo lacht. "als ik het oppervlak zwart maak met roet, is dat een poging om het werk te dematerialiseren," zegt zij. "Het dematerialiseren van objecten is iets, dat in al mijn werk, ook in mijn computerprints een rol speelt." Haar prints zijn des te opmerkelijker wanneer zij vertelt hoe ze ontstaan. Eerst maakt Okubo haar ceramische objecten, kelken en vaten afgeleid van natuurlijke vormen. Deze worden gefotografeerd en de foto wordt in de computer bewerkt. Ook al lijkt het alsof haar prints volledig gecomputeriseerd zijn en met behulp van berekeningen zijn gemaakt, toch ligt er bestaand en ambachtelijk ceramisch werk aan ten grondslag.
"Ik kwam op dit idee toen ik begon om mijn werk te fotograferen. Ik vond het negatief vaak veel mooier dan de afdruk en besloot hier iets mee te doen." Okubo experimenteerde vervolgens met diverse technieken, totdat zij in staat was om enorme inkjetprints op zijde to drukken. Naast de prints op zijde maakte zij digitale prenten. AI hanteert Okubo veel nieuwe technieken, de fysieke confrontatie met het materiaal is een wezenlijk en concreet uitgangspunt. Deze manier van werken wijst terug naar haar training in moderne Sho, waar zij na afronding van haar opleiding aan de Rijksuniveristeit Shinshu mee begon. Tien jaar lang werd zij in deze techniek onderwezen. Moderne Sho kan worden opgevat als een antwoord op de entree van de moderne westerse cultuur in Japan. Enerzijds bouwt de beweging voort op de klassieke Sho, de traditionele Japanse caligrafie. In het streven om autonome kunst te maken is zij daarentegen modern*. "Ik had een traditionele schildersopleiding en had in Europa de modernen bekeken. Vanaf het moment dat ik een Sho-meester aan het werk zag, wist ik dat ik op deze manier wilde werken. Fysiek en vol concentratie. Toen ik aan de training begon, bestond moderne Sho al een jaar of dertig. De beweging was geaccepteerd. Ik viel als beeldend kunstenaar buiten de groep. Ik wou mijn eigen weg gaan. Gelukkig werd dit door de Sho-meester geaccepteerd en begrepen."
Ondanks haar fascinatie voor Sho kan het werk van Okobo niet zomaar als typisch Japans worden geclassificeerd. Daarvoor is haar aanpak te eigen en te unorthodox. Haar interesse voor concentratie en beweging voegt wel andere dan de bekende westerse ingredienten aan haar werken toe. De beweging en fysieke inspanning die Okubo benut, is concreet. Het begrip onderbewustzijn, dat in de action painting zo belangrijk is geworden, lijkt geen rol te spelen. Het gaat Okubo om oefening en inspanning, maar ook om plezier en beleving. Het gaat over het omgaan met het eigen lichaam en de natuur. Hier is een licht romantische teneur te bespeuren, want techniek en massaconsumptie lijken recht tegenover deze lichaamsbeleving te staan. Dit thema heeft Okubo uitgewerkt in een serie Barcodewerken, waarbij zij de beelden versneed in lange repen en als barcode presenteerde, of een barcode over de werken heen drukte. Maar de manier waarop Okubo de techniek en fysieke beleving en beheersing met elkaar confronteert, is minder zwart-wit dan wat de suggereren. De complexiteit van de tegenoverstelling komt tot uitdrukking in de confrontatie van bestaande ceramische objecten met digitale technieken en
fotografie. Inhoudelijk ontstaat een verbinding tussen beide manier van werken, door haar streven om werk te dematerialiseren. Het woord heeft een mystieke naklank en geeft blijk van de behoefte om het tijdelijke, banale en concrete met een meer wezenlijke tijdloze ervaring te verbinden. Haar concrete fysieke manier van werken, voorkomt dat zij het werken met computers mystificeert. Zij wordt niet beperkt door abstracte theorieën en utopieën. Ze gebruikt de techniek eenvoudig voor haar eigen doel. Toch ontstaat bijna vanzelfsprekend een tweede inhoudelijk verband: een versmelting van de 'koude' esthetiek van digitale technieken met de esthetiek van handvaardigheid en de natuur. Hiroë Okubo balanceert vaardig en enthousiast op de rand tussen ambachtelijke intuïtie en techniek, tussen de concrete menselijke ervaring en een abstracte mystieke beleving.
Saskia Monshouwer
* Bij de moderne Sho bereidt de kunstenaar zich mentaal voor het maken van een werk. Vervolgens schildert hij in korte en in één beweging een karakter, staand op een groot vel papier. Het moet in een keer goed zijn. Zo jiet, dan gooit hij de schildering weg en begint opnieuw. In de jaren 60 hebben Japanse Sho-painters invloed gehad op kunstenaars als Franz Kline, Jackson Pollock, Robert Motherwell e.a.