
Lydia Schouten voor het schilderij ‘Transatlantische Dwaalgasten’. Woorden uit het
verhaal van de slaaf Tula en krantenartikelen over de Isla-raffinaderij en de verdwijning
van Natalie Holloway hebben een eigen plaats gevonden op een landkaart van Curaçao.
AMSTERDAM — Onder een dreigende lucht vol grijze wolken is de grond bezaaid met stenen, takken en omgevallen cactussen. Op de voorgrond ligt afval en aan de horizon staat het restant van een muur, omgeven door heuvels. Wie beter naar het schilderij kijkt, ziet dat er foto’s in zijn verwerkt en dat er in sommige takken woorden staan die betrekking hebben op de slavernij. Ooit stond hier landhuis Wechi.
door onze correspondent Otti Thomas, Amigoe 19 mei 2010
Wechi is het laatste gebied dat de Nederlandse kunstenares Lydia Schouten bezocht tijdens een verblijf op Curaçao. Drie maanden lang was ze met hulp van het Fonds voor de Beeldende Kunsten artist in residence bij Instituto Buena Bista (IBB), waar ze workshops gaf. Maar ze was ook druk bezig met haar eigen werk. Het resultaat is te zien op de tentoonstelling ‘Transatlantische Dwaalgasten’, die vandaag geopend wordt in de Amsterdamse Galerie Witteveen.
De zeventien geëxposeerde schilderijen hebben qua techniek en onderwerp eigenlijk hun oorsprong in de provincie Zeeland, vertelt Schouten in haar Amsterdamse atelier. Ze raakte geïnteresseerd in de geschiedenis van de Zeeuwen toen ze in 2000 een beeldende kunstopdracht kreeg voor het Zeeuws Archief en uitging van het zeeverslag van Jacob Roggeveen, die in 1722 het Paaseiland ontdekte. “Als Nederlanders gingen we op pad en claimden nieuwe gebieden door de Nederlandse vlag daar te planten, zonder dat we ons afvroegen of daar al mensen woonden.” In 2006 werd ze vervolgens weer door de Zeeuwen gevraagd om een monument te maken ter herinnering aan 117 verdronken dorpen van Zeeland, die tijdens grote stormvloeden verdwenen in de golven. Ze kreeg te maken met felle protesten; niet alleen tegen het ontwerp maar ook tegen de besluitvorming door de gemeente, de locatie en omdat er bij sommige bewoners herinneringen aan de ramp van 1953 boven kwamen. “Op dat moment ben ik schilderijen gaan maken van foto’s in combinatie met tekeningen. Het eerste werk was een verticaal schilderij met onderin suggestieve krantenartikelen tegen de komst van het monument, dat in de rivier de Schelde dreef, op zoek naar een plek waar het mocht ‘landen’.” Na dit eerste werk maakte Schouten met dezelfde materialen meer schilderijen, geïnspireerd door de Nederlandse zeevaartgeschiedenis. Onvermijdelijk kwam ze toen bij Curaçao uit. “Toen dacht ik: ik moet naar Curaçao want het vormt een deel van de Nederlandse geschiedenis, terwijl we daar bijna niets vanaf weten.”
Rif Sint Marie
Op advies van Nancy Hoffman van IBB las Schouten als voorbereiding het boek Zoutrif over de slaventijd. Met auteur Miriam Sluis bezocht ze het vervallen landhuis Rif Sint Marie en maakte foto’s, die ze vervolgens verwerkte in haar schilderijen. Die van Rif Sint Marie – geheel overwoekerd door planten – en drie andere werken werden al tentoongesteld aan het eind van haar verblijf bij IBB. “Ik vind het mooi dat de natuur het uiteindelijk weer overneemt. Het landhuis stort langzaam in en vergroeit weer met de omgeving.” De meeste werken maakte Schouten echter na terugkomst in Nederland. Er is vaak een verwijzing naar het wereldnieuws. Door het raam van een vervallen huis in Koraal Tabak is een bootje met vluchtelingen te zien en een ander werk toont bootvluchtelingen naast een 19e eeuws zeilschip. In een bijna abstract werk met de titel ‘Birth of a new Species’ vormen de woorden uit krantenartikelen over vluchtelingen en zeepiraten samen een soort monster. “Net als de Zeeuwen zijn ook zij op zoek naar nieuw land, maar ze zijn nergens welkom”, aldus Schouten. “Mensen blijven altijd op zoek gaan naar een betere leefsituatie. Het is interessant hoe de vermenging plaatsvindt met andere bewoners. In New York, ooit door de Nederlanders gesticht, was vanaf het begin iedereen welkom. Dat mixt goed. Niemand heeft het gevoel van ‘dit is ons land en jullie worden alleen maar getolereerd’. In Nederland is dat heel anders. Ik heb ook wel het gevoel dat ik met dit thema iets te pakken heb waar veel meer uit te halen valt.”
Frankrijk
De expositie ‘Transatlantische Dwaalgasten’ bevat ook een schilderij van een vervallen vuurtoren in Zeeland en een paar van ruïnes in Frankrijk. “Wat mij aantrekt in Frankrijk is dat oude huizen een plaats houden. In Nederland wordt alles snel afgebroken omdat de ruimte nodig is om nieuwe dingen neer te zetten. In Frankrijk heb je totaal vervallen huizen, waar belangrijke dingen zijn gebeurd in het verleden. Jeanne d’Arc is er geweest”, zegt ze, verwijzend naar haar schilderij Jeanne d’Arc arriving at the Royal Lodge. “De geschiedenis wordt daar niet verloochend. In Nederland is een beetje de houding dat er alleen maar nu geleefd wordt. Maar de geschiedenis geeft meer inhoud aan een land.”
‘







