MODERNE SPROOKJES
door Rob Perrée [tekst uit catalogus '80 + 25 = 2005, Galerie Witteveen, januari 2006]
Het laatste werk van Lydia Schouten, de interactieve video-installatie ‘Le Jardin Secret’ (2006), is een modern sprookje. Het vertelt het ogenschijnlijk onbezorgde verhaal van een groep mensen die een wandeling door een bos maakt. Een verhaal dat aan de werkelijkheid voorbij lijkt te gaan. Het ontpopt zich echter als een wolf in schaapskleren. Verborgen achter de schoonheid van de natuur wordt in feite het verval van normen en waarden aangeklaagd. Aan het eind geeft de tuin dat geheim prijs.
Ook al wijkt dit werk door zijn geavanceerde vorm en door zijn engagement af van eerdere werken, in menig opzicht blijft het een logisch vervolg daarop. Lydia Schouten vertelt altijd verhalen. Dat deed ze toen, dat doet ze nu. Het is ook daarom dat ze vaak voor uitingsvormen kiest waarin de tijd verloopt: de performance, de videoband, de video-installatie, de film of het theaterstuk. Die verhalen gedragen zich niet als reguliere verhalen, ze zijn in dienst van de kunstenaar en hebben zich te houden aan haar grillen en onvoorspelbaarheden. ‘Voldoen aan de norm’ is een ondenkbaar uitgangspunt. Opwinding, spanning en verleiding treden juist op als de rechte paden worden verlaten.
Bij alle verhalen speelt de invloed van de media een grote rol. In werken als ‘Romeo is Bleeding’ (1982) en ‘Split Seconds of Magnificence’ (1984) waren het de film, de televisie en de glossy advertentie die de fictieve wereld inkleurden. Ze schiepen een wereld waarin de eeuwige schoonheid de meesteres is en de glamour zich gewillig schikt in haar slavenrol. De kunstenaar speelde daarin op een ironische en soms hilarische manier de hoofdrol en dompelde zich met zichtbaar plezier onder in het bad van schijn. In ‘Echoes of Death’ (1986) maar vooral ook in latere installaties als ‘A Virus of Sadness’ (1990) en ‘Celebrating my 40th birthday alone’ (1990) kreeg die wereld een navrante bijsmaak. Het verlangen wekte gevaarlijke situaties op of het liet zich niet meer bevredigen. Daardoor leek het leven zijn zin te verliezen. De dood betrad het toneel. De schijnwereld werd ontmaskerd en daarmee de massamedia die haar hadden opgeroepen.
Die ontmaskering zet zich door In ‘Le Jardin Secret’. In de ogen van Schouten maken de massamedia het (zedelijk) verval niet alleen zichtbaar, ze bevorderen het zelfs. Wilde de kunstenaar eerder nog wel de ogen sluiten voor de realiteit en meegaan in de fictie van de media, het was immers heerlijk toeven in sprookjesland, nu observeert ze als een buitenstaander wat er terecht is gekomen van die invloed. Ontleende ze in haar vroege werken haar beeldtaal grotendeels en met opzet aan de televisie, de Hollywoodfilm en de dure advertentie, nu spreekt ze steeds meer haar eigen, meer betrokken taal.
Schouten behoorde tot ‘de tachtigers’ die representatie tot hun thema maakten. Ze bevond zich in het gezelschap van Barbara Kruger, Richard Prince, Rob Scholte en vele anderen. Ze heeft die thematiek echter nooit vanuit een conceptuele of theoretische invalshoek benaderd, ze heeft altijd het verhaal als een vehikel gebruikt. Daarin onderscheidt ze zich nog steeds van veel van haar tijdgenoten.
-0-
”Sinds het ontstaan van televisie zijn de media steeds meer ons beeld van het dagelijks leven gaan bepalen. De media produceren een imaginaire wereld, die, in tegenstelling tot wat we verwachten, heel privé is. De bestaande wereld waarin we leven steekt hiertegen schril af en wordt steeds grauwer en grijzer. De media vertonen verlangens op een steeds verfijndere manier, terwijl ‘onze’ verlangens steeds agressiever worden en onbeantwoord blijven. (…)de media hebben een onrust in de moderne mens teweeggebracht, waardoor men passie krijgt voor de verschillende codes die door de media worden aangedragen.” Lydia Schouten, 1986
(c) Rob Perrée 2006







