25 jaar tekenen van Pieter Bijwaard [expositie 1 april t/m 6 mei 2006] [Beeldmateriaal]
DE RIJKDOM VAN DE BEPERKING door Rob Perrée
Een kunstenaar die met een dichter samenwerkt is opvallend zonder op te willen vallen, is uitgesproken zonder te verlangen naar het hoogste woord. Hij zorgt voor meerwaarde door de ander in zijn waarde te laten. Zo kan een ”nieuwe soort (ontstaan) die beide prent en vers als oude huiden achterlaat (…)”(1)
Een kunstenaar die samenwerkt met een dichter is zich bewust van het proces dat aan de totstandkoming van een gedicht voorafgaat. Het zoeken, het proberen, het aftasten, het combineren en het schrappen.
Daarom heeft Pieter Bijwaard tientallen bijzondere kunstenaarsboeken gemaakt die zowel een wezenlijk als een karakteristiek bestanddeel vormen van zijn inmiddels zeer uitgebreide oeuvre.
Als Bijwaard aan een serie tekeningen begint, heeft hij een bepaald idee in zijn hoofd. Dat kan een vorm zijn, een samenspel van lijnen, een menselijke figuur, een onschuldige krabbel, een contrast, een referentie. Van daaruit gaat ”zijn hand ergens naar toe, (hij) blijft nog een beetje hangen, maar op een gegeven moment is het heel duidelijk dat ‘t startpunt daar is.”(2) Hij laat het idee zich ontwikkelen, hij test het uit, hij zoekt de grenzen ervan op, hij rekt het op tot het uiterste, hij laat het als het ware onder zijn leiding een eigen leven leiden. Hij laat zich erdoor verwonderen en verbazen. Dat proces is stimulerend maar ook intensief. Het vergt uiterste concentratie, kost veel tijd en levert veel resultaten op die meteen weer vernietigd kunnen worden. Onmiddellijk of na enige tijd. De criteria daarvoor blijven voor de kijker verborgen. Wat uiteindelijk overblijft is een groep tekeningen die ieder voor zich kunnen functioneren, maar die ook een boodschap aan elkaar hebben, die een relatie met elkaar aangaan. Het zijn varieties op een thema.
De technieken die Bijwaard toepast zijn velerlei. Hij tekent, schildert, aquarelleert, stempelt, werkt met sjablonen of voorziet het papier van een tweede (beeld)laag. Hij werkt met allerlei soorten inkt (van Chinese inkt tot drukinkt), maar ook met acryl, grafiet en krijt. Papiersoorten varieren. Hij gebruikt kleuren, maar zijn kleurgebruik is in het algemeen ingehouden. Ze zijn altijd in dienst van. Ze mogen niet domineren en zodoende de inhoud naar het tweede plan drukken. Zijn gebruik van zwart en wit roept soms associaties op met fotografie.
Niet helemaal toevallig, want de foto is een ander belangrijk medium voor Pieter Bijwaard. Het gaat daarbij wel om bestaande foto’s. Op het eerste gezicht lijkt dat een zijpad. Dat is het niet. Als hij een aantal oude jaargangen van De Katholieke Illustratie doorploegt, is hij op zoek naar een bepaald soort foto’s. Hij zoekt beelden die meer zijn dan ze voorgeven te zijn. Beelden die details bevatten die ogenschijnlijk weinig van doen hebben met het geheel. Door die eruit te lichten en te vergroten geeft hij het oorspronkijke beeld een extra dimensie. Hij rekt de foto als het ware op, zoals hij bij zijn tekeningen voortdurend de mogelijkheden oprekt. In die zin is er weinig verschil. Die uitvergrote detailbeelden, grofkorrelig en intrigerend vervaagd, lenen zich uitstekend voor het samengaan met een gedicht.
Voor deze tentoonstelling put Pieter Bijwaard op een opmerkelijke manier uit zijn tekeningenarchief. Hij heeft ervoor gekozen om telkens vijftien tekeningen in blokken bij elkaar te brengen. De werken dateren uit verschillende jaren. Soms zit er ruim twintig jaar tussen de ene en de andere tekening. Door deze wijze van presenteren onttrekt hij ze aan hun oorspronkelijke context. Ooit waren ze onderdeel van een serie, ooit waren ze de uitingen van een bepaald tijdsgewricht. Het resultaat is net zo verrassend als typerend. De tekeningen laten zien dat ze open staan voor andere invloeden, dat ze in een nieuwe constellatie een nieuwe rol willen spelen, dat ze weliswaar uitgesproken zijn maar dat ze het gesprek met anderen willen aangaan, dat ze het in zich hebben zichzelf op te rekken en hun eigen mogelijkheden af te tasten. Ze worden onderdeel van een nieuwe compositie waarin vertrouwde noten tot een verrassend geluid voeren. Zelfs in de presentatie blijft Pieter Bijwaard trouw aan zijn werkwijze.
Door deze vorm van presenteren bewijst de kunstenaar impliciet zijn gelijk als het gaat om de manier waarop iedere individuele tekening ingelijst zou moeten worden. Meestal steken tekeningen in passe partouts en houten lijsten. Zo genieten ze bescherming en verwerven ze status. Bijwaard kiest voor een eenvoudiger principe. Hij bevestigt de tekeningen op een stuk karton en plakt dat vervolgens met dubbelzijdig plakband direct op de muur. Daardoor houden ze de mogelijkheid op te gaan in een groter geheel en toch hun eigen identiteit te bewaren. Daardoor blijven ze open staan voor anderen, zonder zichzelf te verliezen.
Het is op het eerste gezicht bevreemdend dat Pieter Bijwaard altijd vashoudt aan hetzelfde formaat voor zijn tekeningen. Twee en dertig en een half bij vijfentwintig centimeter. Een oneigenlijke want kunstenaarsvreemde vorm van strengheid, lijkt het. Het tegendeel is waar. Behalve dat het een menselijke en praktisch eenvoudig hanteerbare maat is – je kunt er achter een tafel of bureau mee uit de voeten – is het ook een maat die juist door zijn beperking het onverwachte in zich draagt. Zoals een dichter zich de beperking oplegt om zich te uiten in een gelimiteerd aantal woorden, zo wil de kunstenaar zijn speelveld beperken om het zoeken naar creatieve uitwegen te stimuleren.
Het oeuvre van Pieter Bijwaard is tijdloos en universeel. Welke rijkdom aan persoonlijke beelden en toepassingen er achter die kwalificaties schuilgaan, laat deze tentoonstelling overtuigend zien.
Rob Perree
februari 2006.
1. Citaat uit het gedicht ‘Bladeren’ van Pieter Boskma, opgenomen in de publicatie ‘Pieter Bijwaard’ , Staphorst 2004;
2. Citaat uit artikel ‘Tussen Verhoeven en Bijwaard’ door Anne Nijssen uit diezelfde publicatie.







