Abstracte vormen die concreet ‘werken’
door Jos Bosman – de inleidende tekst van de publicatie ’16′.
Het werk van Frank Havermans heeft zich tot nu toe nadrukkelijk gemanifesteerd in de vorm van tijdelijke installaties in doorgaans relatief afgelegen plaatsen en gebouwen. Plaatsgebonden installaties, die zich hechten aan een specifieke locatie via het materiaal, en zich daarvan losmaken via de abstractie van gecreëerde spanningen met en in het materiaal, en de daarmee verbonden impliciete of expliciete ruimtelijke eigenschappen. Expliciet: vaak reageert de vorm van de installatie op de verhoudingen van de buitenkant of de binnenkant van een bestaand gebouw. Impliciet: de spanning in de installatie is niet te zien, maar wel te voelen.
‘KAPKAR / AW – 5860’, de 10e uit de serie met de enigmatische coderingen, [Houtarchitectuurprijs 2006 gewonnen en is genomineerd voor de 'AM NAi Prijs 2006 voor jonge architecten'] is een sculptuur die de functie van een woning heeft aangenomen: een atelierwoning in het stiltecentrum te Vught. De ambitie om experimentele architectuur te willen maken is hiermee uitgesproken. Dit model één op één nodigt ertoe uit om ook de andere installaties als beeldschema’s van architectuur te lezen. Waarbij de logica van het ‘normale’ gebruik van het schema kritisch aan de orde wordt gesteld, en de spanning van hoe delen zich tot elkaar verhouden anders en opnieuw wordt geformuleerd. Een geabstraheerde of opnieuw bepaalde verhouding van de delen wordt via een schema van ‘steunen/verbinden en gesteund/verbonden worden’ opgeladen met een fysiek – vaak door melancholie gekleurd – verlangen, dat via materiaal een vorm aanneemt die de ruimte onder spanning zet.
Havermans beheerst een vorm van begeerte, waarmee hij stoere gebaren op een verfijnde manier vormgeeft, die zich openbaart in de professionele wijze waarop hij zijn installaties uitvoert – alles zit al in het schaalmodel dat hij vooraf maakt. Het model heeft alle constructieve problemen van de gebouwde installatie al een eerste keer beredeneerd, de gerealiseerde installatie behoudt de experimentele eigenschappen van een model. Elke constructieve overweging is door hem zelf uitgeprobeerd en gecontroleerd. Eerst in het model, dan in proeven, vervolgens in de uitgevoerde installatie. Er ontstaat via zijn installaties de suggestieve indruk dat ook permanente gebouwen met hetzelfde plezier te maken zijn als modellen, en dat die gebouwen dat plezier voor altijd zouden kunnen doorgeven. Alle compromissen zouden hierbij kunnen worden getrotseerd, die de gespecialiseerde rolverdeling in de praktijk het bouwen lijkt op te dringen. Havermans’ installaties zouden multidisciplinaire bouwkunstwerken genoemd kunnen worden, omdat hij verschillende rollen in een persoon speelt en deze via het medium van de installatie tot de kunst van een weloverwogen vorm weet te verheffen.







