Hengelo een haltplaats voor Noureddine Jarram,
door Peggie Breitbarth
Uit: De Roskam – 08 -05 – 2005
De kleuren van een zonsondergang. Veel rood, roze, oranje en oker. Blauw dat naar groen neigt. Altijd zijn de kleuren transparant en laten ze de onderliggende lagen hun zegje doen. Titels ontbreken meestal, maar het zou weinig moeite kosten de schilderijen van beschrijvende titels te voorzien. We ontwaren landschappen, soms geheimzinnige grotten of onderwaterwerelden, de gestalte van een mens, een kop, een toneelachtige doorkijk. In het Kunstcentrum Hengelo heerst tot 22 mei 2005 de wereld van Noureddine Jarram. Als het leven en de loopbaan van een kunstenaar zijn op te vatten als een reis, dan betreft het hier een halteplaats. Tot zover is hij gekomen.
Jarram is een schilder die de eerste helft van zijn leven tot nu toe in Marokko heeft doorgebracht en de tweede helft, zelfs al wat langer, in Enschede werkt. Hij heeft zich met artistieke middelen in het verleden uitgebreid met de actualiteit van een leven tussen twee culturen beziggehouden. Dat leidde tot een steeds verdere verkenning van de mogelijkheden en gevaren van het cliché. Inmiddels is hij het cliché voorbij, en daarmee ook het houvast dat het gaf. Zijn reis gaat verder, hij blijft nieuwsgierig naar wat de verf en het pastelkrijt hem te bieden hebben. Jarram is een schilder pur sang. Olieverf en pastel. Als hij zegt dat Rembrandt zijn grote voorbeeld is, en dat heeft hij regelmatig verkondigd, dan zijn wij thuis. Rembrandt, `Nachtwacht’, diepe zwarten, goudgeel licht. Doorleefde gelaten, Hollandse soberheid, oosterse pracht. Mythologie, bijbelse geschiedenis, de eigen omgeving, leden van zijn gezin, het landschap rond Amsterdam. Ik geef met deze steekwoorden een kras staaltje van stereotiep denken. Wel eens in Madurodam geweest? Daar ziet men Nederland zoals het bedoeld is: molens, boerderijen, grachtjes, kerken, een kasteel, het Paleis op de Dam, het Binnenhof, havens en een vliegveld. Alles onder handbereik, alles mooi overzichtelijk, alles net echt, alles even stereotiep. Is dat erg? Nou nee, ik zie niet in hoe het anders zou kunnen. Wij reageren op een woord met beelden en steekwoorden, en meestal zijn dat clichés. En clichés zijn behalve afgezaagd ook domweg waar. Kortom, erg dus niet, maar wel ontzettend eendimensionaal en dat is nu juist waar de kunst doorgaans aan wil ontsnappen.
Stereotypen
Voor de tweede fase van zijn studie, zouden we tegenwoordig zeggen, kwam Jarram vanuit Marokko in Enschede op de AKI terecht en sindsdien woont en werkt hij hier. Hij heeft een gezin, een atelier en een behoorlijke staat van dienst in bet Nederlandse kunstleven. En toch blijft dat stereotiepe denken hem achtervolgen. Jij Marokko, wij Nederland, jij mohammedaan, wij christen, jij Arabisch schrift, wij Romeinse letters en ga zo maar door. Afgelopen maand werd zijn werk in Amsterdam bij Arti & Amicitiae getoond. ”Uit de landen van de ondergaande zon, hedendaagse beeldende kunst uit Marokko en Nederland” heette de tentoonstelling. Op zoek naar een gemeenschappelijke noemer kwam men daar met het feit dat men in beide landen de zon in de zee kan zien zakken. Dat was bet resultaat van een nogal krampachtige zoektocht naar wat beide landen verbindt. De deelnemers vertegenwoordigden drie categorieën: Marokkaanse Nederlanders van eerste of tweede generatie; Marokkaanse kunstenaars die in Marokko of Frankrijk werken en Nederlandse kunstenaars die een bijzondere fascinatie voor Marokko hebben. Jarram hing tegenover Rachid Ben Ali en wat in de eerste plaats sprak uit die contrasterende opstelling was het generatieverschil. Jarram de ingetogen atelierkunstenaar die zich al twintig jaar in het métier bekwaamt en verdiept, Rachid Ben Ali de vertegenwoordiger van een jonge boze rapgeneratie die al zijn frustratie eruit gooit in een onophoudelijke stroom beelden en woorden. Waarmee hij zich de woede van de moslimfundamentalisten op de hals haalde. Tot de Nederlanders die mee mochten doen behoorde Hugo Kaagman. Hij is de man van het cliché. De souvenirwinkel met tegeltjes en Delfts blauw is zijn inspiratiebron. De molentjes en klokgevels vermengt hij met soortgelijke iconen uit Marokko en het totaalbeeld krijgt daarmee een ironisch accent. Typisch postmodem, maar bet werkt wel.
Identiteiten
Bij de inmiddels opgeheven, maar legendarische, Amsterdamse galerie Living Room hebben Kaagman en Jarram vele malen samen geëxposeerd en ook samengewerkt. Kaagman was gefascineerd door Marokko, Jarram werd daardoor uitgedaagd zijn eigen positie nader te bepalen. Zijn eigen identiteit bewust te beleven. Veel van zijn werk ging in die tijd (zo’n vijftien jaar terug) over de tegenstellingen tussen beide culturen. Soms subtiel en soms brutaal, opgejut door de almaar vragende en zuigende buitenwereld. Steeds met gebruikmaking van typisch Arabische elementen: bet schrift bijvoorbeeld, niet leesbaar, maar wel herkenbaar. Gebruikt als cliché dus. Ook als cliché. Want Jarram doet met dat schrift of met de decoratieve elementen heel andere dingen. Hij bouwt een hekwerk, doorkijkjes, schept beurtelings afstand en toenadering. Op de huidige tentoonstelling is alleen nog het bezinksel van deze periode te bekennen, in de bijbehorende publicatie is het verloop van zijn ontwikkeling duidelijker te volgen. Die steeds opnieuw te berde gebrachte tegenstelling tussen zijn wereld van herkomst en zijn huidige omgeving kwam hem op een gegeven moment de strot uit. Hij schilderde met dank aan Rembrandt ‘de botanische les’ van dr. Tulp. De hoogleraren hebben tulpenhoofden en onderzoeken voorzichtig hun studieobject: een stekelige cactus. De boodschap was duidelijk, zo wordt een mens, een kunstenaar, gedegradeerd tot een eendimensionaal cliché. Een van de punten waarop Jarram steeds werd aangesproken was de rol van de religie: het verbod op het afbeelden van de mens. Hij vertelt mij hoe hij als kind een boekje over het leven van Jezus in handen kreeg, een profeet met een gezicht! En nog verbazingwekkender, ook God de Vader had een gezicht; het bleek een oude grijze man. Een wereld van verschil dus: aan de ene kant een abstract godsbeeld aan de andere kant een oude grijze opa.
Jongleren
Het valt niet te ontkennen dat Jarram een kunstenaar tussen twee culturen is. Het mooie is dat juist die positie de vruchtbare akkers voor de toekomst levert. Maar dan moet je wel eerst dwars door de fase van het stereotiepe denken. Je moet de beelden naar je hand zetten, ermee jongleren en vooral ze op hun waarde leren schatten. De profeet heeft alleen een gestalte en het goddelijke moet zelfs dat ontberen. Dat betekent echter niet dat het goddelijke niet kenbaar of bespeurbaar zou zijn. De reis die Jarram als kunstenaar maakt is de reis naar het goddelijke. Veel verder dan een glimp hier of een doorkijk daar zal hij niet komen. ‘Ontsluiering‘, zoals hij de tentoonstelling in Hengelo noemt, is een proces dat zijn eigen zingeving omsluit. Het gezochte heeft geen gezicht, geen vorm, maar valt misschien to ontwaren in de verflagen, de lichtbanen, of de structuur van de vormen. Want Jarram is geen filosoof of theoloog of onderzoeksjournalist, hij is schilder. Hij moet het klaren met de middelen die het ambacht hem verschaft. Die middelen zijn kennis van zaken: zowel wat de materie betreft als de geschiedenis van het beeld. Tot die middelen behoort ook het eigen kleurgevoel. Het eigen gevoel voor stoffelijkheid, het eigen handschrift. Alles wat onder gevoel begrepen wordt heeft zijn oorsprong in de vroegste jeugd. Het landschap en het licht van Marokko wijken behoorlijk of van het felle groen van onze weiden of van de vele grijze dagen die wij meemaken. De stoffen van de kleding, het ruisen van de lange gewaden en de sluiers zijn van een andere textuur dan onze degelijke daagse kleding. De dominante aanwezigheid van textiel in allerlei vormen is kenmerkend voor zijn jeugd. Wie de schilderijen beziet, ervaart daar iets van in de kleuren en de zachtheid van de verfsluiers. Het zijn die vroegste indrukken die het kleur- en materiaalgevoel van de latere schilder bepalen. Maar er zijn ook recente indrukken. Het landschap zoals dat aan hem voorbij trok tijdens een lange autorit bij een recent bezoek. Sterk horizontaal nestelt het zich in de herinnering, voorbijgaand landschap, voorbijgaand in meerdere betekenissen.
Sjablonen
Er is nog iets kenmerkends in de schilderijen van Jarram. De decoratieve elementen werden al genoemd. Verwant daarmee is het werken met sjablonen en de oplettende lezer zal wellicht zeggen: sjablonen, clichés, daar gaan we weer! Toch is er een groot verschil. De sjablonen worden meestal ingezet om mensen te suggereren, mensen zonder gezicht. Clichés zijn bepalend, ze pinnen vast. De vormen van de sjablonen zijn juist open en suggereren ruimte. Kunst kan een zinvolle bijdrage leveren aan het debat dat de actualiteit oproept. De werkelijke betekenis van kunst onttrekt zich echter per definitie aan de waan van de dag. Jarram is die nuttige maar vermoeiende fase van het voortdurend tegenover elkaar stellen van twee culturen definitief voorbij. Het is nu en het een en het ander, en dat betekent pure winst.







