De reis naar het Licht door Erick Slagter

Nour-Eddine Jarram: de reis naar het licht door Erik Slagter. *)

Wanneer Nour-Eddine Jarram in 1979 naar Nederland komt, ‘waar hij wil leven in het land waar Rembrandt werkte’, bevindt de beeldende kunst zich hier in een ontwikkeling tussen abstractie en figuratie. Nour-Eddine heeft na zijn opleiding aan de Ecole des Beaux Arts in Casablanca een reisbeurs gekregen en besluit zijn leertijd te vervolgen aan de AKI in Enschede. Hij oefent zich er vooral in de expressie van kleuren en ervaart de spirituele kanten van tekenen. In 1983 is zijn studie voltooid. Zijn docent Martin van Vreden introduceert hem bij de The Living Room. Deze huiskamer-galerie aan de Amsterdamse Spiegelstraat bestaat sinds 1981. Van Vreden exposeert er zelf sinds 1983, als hij ook het inititiatief heeft genomen tot een kunstenaarstijdschrift Code dat vijf jaar zou blijven bestaan en waarin het werk van Nour-Eddine Jarram in 1984 wordt geïntroduceerd.

In oktober 1985 volgt de eerste tentoonstelling. Zijn tekeningen en schilderijen sluiten haast naadloos aan op de vrije tekenkunst: vol beweging stimuleren ze de fantasie en door abstrahering worden verwijzingen opgeroepen naar een dubbelzinnige werkelijkheid; nu eens meer landschappelijk, dan weer architectonisch, scherp of vluchtig. In een boekje dat eind 1988 over en door de galerie wordt uitgegeven, staat dat de starre elementen staan voor een aspect van de islamitische cultuur waarvan de kunstenaar zich wil bevrijden, terwijl de beweeglijke figuraties met vlietende lijnen en verdoezelde zwarte vegen de veranderlijke westerse cultuur verbeelden.

En die cultuur is volop in ontwikkeling: het Stedelijk Museum van Amsterdam heeft een nieuwe directeur, Wim Beeren, die in een tentoonstelling Wat Amsterdam betreft (22.11.’85-5.1.’86) ruim baan geeft aan de nieuwe ‘taal’ die ook door The Living Room wordt gepresenteerd. Dadelijk staat vast dat een hechte groepsstijl ontbreekt. Iedere kunstenaar zoekt zijn individuele vrijheid binnen een proces van ‘het figuratieve non-figuratief verbeelden’.

Nour-Eddine Jarram vervult daarin vanaf het begin een eigen identiteit. – Het woord identititeit speelt een grote rol, in 1984-’85, bij een tentoonstelling en gelijknamig boek ‘De Nederlandse identiteit in de kunst van na 1945′ in het Van Gogh Museum, waarin ook The Living Room is opgenomen. De tentoonstelling vormt een pendant van een internationele identiteitsbepaling met de expositie La Grande Parade waarmee Edy de Wilde in 1985 afscheid neemt als directeur van het Amsterdamse Stedelijk Museum. Ligt internationaal het Hollandse accent nog op de zuiverheid van De Stijl met Mondriaan en op het heftige schilderen van Cobra en Appel; in de actuele kunst is de nadruk gekomen op vrije associaties naar een verbeelde, gedroomde of verlangde, werkelijkheid.

Een pasteltekening van Nour-Eddine Jarram uit 1985 laat elementen zien die als rotswanden oprijzen boven een dal, maar tegelijk lean men er een soort portret uit opmaken doordat stippen zo boven een uitsteeksel als een neus zijn geplaatst dat ze wel ogen kunnen zijn. Die dubbelzinnigheid wordt nog versterkt door de magische bollen – die vaak voorkomen, niet alleen in het werk van Jarram – en door de volle of vervagende kleuren met diepe schaduwen. Nour-Eddine zelf zegt later dat hij op zoek was naar een verborgen gelaat, op een spirituele reis door een innerlijk en tegelijk fysiek landschap.

Nadat hem in 1988 als eerste buiten Nederland geboren kunstenaar de koninklijke subsidie voor de schilderkunst is toegekend, wordt die indruk bevestigd. Zijn tentoonstelling in 1998, nog bij The Living Room, is getiteld ‘L’Invitation au Voyage’ en volgt op de expositie bij zijn nieuwe galerie Maurits van de Laar in Den Haag in 1997, die werd geintroduceerd met een gedicht De Reis van Zuhair Ibn Abi Salma (520-609). Het staat in het arabisch op de uitnodiging:

Waar je bent blijf je rusteloos

als je verstand hebt en visie

Verlaat je woonplaats, vertrek

Reis, je vindt iets anders voor wat je achterlaat…

De Marokkaans-Nederlandse kunstenaar heeft intussen al op meer plaatsen in Nederland geexposeerd, zoals in Deventer (1993), Dordrecht (2000) en in zijn woonplaats Enschede (1987 en 2000-’01). In de Kunstzaal Hengelo werd Nour-Eddine in 1989 gekozen door Theo Wolvecamp voor een gezamenlijke tentoonstelling. Zijn kunst heeft zich ontwikkeld vanuit de tweedeling van een melancholische stemming, die herinneringen stimuleert aan het kleurrijke en decoratieve cultureel verleden, en het clair-obscur met doorkijkjes die een verlangen suggereren. Er is een grotere scherpte bijgekomen. De landschappelijke en architecturale associaties zijn op de achtergrond geraakt en zijn verwisseld voor meer precisie, met geometrische en zuivere vormen. De prachtige pasteltekening waarmee Nour-Eddine Jarram zijn reeks van bijna jaarlijks terugkerende exposities in The Living Room besluit, laat een figuur zien die deels nog naar een geheimzinnige grotopening verwijst maar daaromheen ontvouwt zich het bijna witte kleed van een vrouw met een ongeidentificeerd scherp halfrond gelaat onder een kap die in driehoeken is opgeslagen.

Die overgang van het fantasievolle naar meer duidelijkheid is gepaard gegaan met een accentuering van de spontane expressie en een rustgevend leader. Het gekalligrafeerde gedicht van De reis is er een voorbeeld van. Nu heeft de arabische decoratie als meditatief ornament en dynamische schrift ook in vroegere schilderijen en tekeningen van Nour-Eddine Jarram wel een rol mee gespeeld, maar in het meer recente werk is een grotere stilering en zuiverheid bereikt zonder dat het evenwicht met een vloeiende, landschappelijke of stedelijke, omgeving verloren gaat. Gelijktijdig hebben de pasteltekeningen met hun sfeerrijke werking meer plaats ingeruimd voor schilderijen in diverse lagen verdunde olieverf op linnen of katoen op veelal grote formaten tot 180×140 cm. Nour-Eddine is monumentaler gaan werken, Dat was al to zien op zijn expositie over de grens, in Potsdam bij Berlijn in de zomer van 2001; het kwam opnieuw tot uiting bij’ Galerie Maurits van de Laar in 2003: vloeiende tinten in blauwen, paarsen, bruinen en roden werden horizontaal afgewisseld met donkey en zwart geschilderde partijen; illusievolle vormen kregen een tegenhanger in hoekige of ovale en puntige elementen. Het ornament en het landschap spelen dan los van elkaar en in hun interactie de bepalende rol.

In een reeks kleinere schilderijen komt hij van een innerlijk landschap naar de realiteit. Door gebruik te maken van sjablones ontstaat een zelfde effect als door het raam van een rijdende trein. je bilk gaat van buiten naar binnen. Ook bij het schilderij ligt het begin in de verte en door de transparante kleurlagen komt het beeld dichterbij, tot de met woestijnzand gefrotterde verf tegen de randen. ‘Het is een islamitische zienswijze’, verduidelijkt Nour-Eddine: ‘je kijkt door sluiers waar de kleuren het licht in opslorpen, en je komt, zoals de gesluierde zelf, tot de open wereld. Zo wissel ik perioden van stilte en meditatie in een geleidelijke opbouw of met dynamische expressiviteit waarin alles tegelijk gebeurt.’

Hij werkt tekenend en schilderend, kalligraferend en decorerend aan een eigen wereld die zich opent naar de werkelijkheid. De realiteit is een voortdurende aansporing tot het zich verwonderen over de vroeger ervaren werkelijkheid.

*) door Erik Slagter [catalogus bij de tentoonstelling De Ontsluiering, tekeningen en schilderijen Nour-Eddine Jarram, in het Kunstcentrum Hengelo, april/mei 2005].


About Norbert & Oeke

Contemporary Art Gallery & art-dealers since 1988. Our keywords: honest, responsible, good value for money.
This entry was posted in Nour-Eddine Jarram. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>