- Ruimtes die verhalen

Het werk van Henk van den Bosch – RUIMTES DIE VERHALEN

De schilderijen van Henk van den Bosch hebben een vreemd eerste effect op mij. Enerzijds zetten zijn kaal geschilderde interieurs, zijn sobere, ingehouden, franjeloze inkijkjes me door hun gebrek aan warmte op afstand. Anderzijds hebben ze een onweerstaanbare aantrekkingskracht. Ze voeren me rechtstreeks terug naar de jaren vijftig, naar mijn eigen kindertijd. De jaren waarin Nederland zich probeerde op te richten na het drama van de oorlog. De jaren waarin het land weer moeizaam op gang kwam, waarin soberheid en zuinigheid de boventoon voerden, omdat er slechts geld was voor het hoogst noodzakelijke. De jaren die het clichebeeld van de Nederlander ongevraagd en noodgedwongen voedden: kraakhelder maar geen cent teveel. Dat was de tijd waarin woningbureaus hun klanten adviseerden om met weinig geld hun woningen in te richten, tomadorekken aan de wand en marmoleum op de vloer, de tijd waarin boekenclubs hun leden maandelijks voorzagen van goedkope, uniforme versies van ‘klassieke meesterwerken’, waarin het woord mode nog geen inhoud had en frisdranken nog aanlenglimonades waren. Dat jongetje dat hier en daar in het werk van Van den Bosch opduikt had ik zelf kunnen zijn, die vrouwenfiguur die hier en daar huishoudelijk werk verricht, zou moeiteloos kunnen doorgaan voor mijn moeder.

Is dat wat Van den Bosch wil, een tijdsbeeld geven? Ik denk het niet, zeker niet alleen.

Daarvoor is hij veel te veel een kunstenaar. Zijn schilderijen zijn meer dan registraties van interieurs. Het zijn composities die spelen met de ruimte, die experimenteren met het perspectief, die zoeken naar de juiste kleuren en vormen, die afwegingen maken over de mate waarin binnenwerelden en buitenwerelden zich tot elkaar verhouden, die hun logische voortgang vinden in een volgend werk.

Die formele zoektocht kan niet los gezien worden van de inhoud. Waarom is die vrouw vaak slechts gedeeltelijk in beeld? Waarom alleen dat boyscoutachtige jongetje? Waarom vormen menselijke figuren nooit de voorgrond? Waarom lijken ze soms niet meer dan plaatjes op de wand? Gereproduceerde foto’s uit de Katholieke Illustratie? Waarom wordt het de kijker soms moeilijk gemaakt zijn blik te richten? Alsof hij moet kiezen uit verschillende perspectieven? Alsof hij om de hoek moet kijken? Waarom worden op verschillende doeken twee werkelijkheden met elkaar gecombineerd of over elkaar heen gelegd waardoor er vervreemding ontstaat? Waarom neemt surrealiteit soms de plaats in van realiteit? Waarom zijn veel werken zo open, dat ze ruimte geven aan allerlei verhalen, fantasieen en gedachten?

Henk van den Bosch registreert niet. Hij experimenteert en manipuleert. Hij maakt nieuwsgierig, hij nodigt uit en hij zet op het verkeerde been. Inhoudelijk geeft hij aanknopingspunten, maar hij geeft zich niet bloot. Hij maakt het persoonlijke universeel. Hij is zuinig en tegelijkertijd goedgeefs. Het is verleidelijk om het werk van Henk van den Bosch in een bredere context te plaatsen. Op allerlei plekken op de wereld duikt het figuratieve schilderen weer op. Niet dat het ooit helemaal was verdwenen, maar door de stormachtige opmars van de foto en de video was het tijdelijk naar de achtergrond gedrongen. Een belangrijke rol in deze renaissance speelde een groep jonge schilders in Leipzig. In feite deden ze niet meer, en ook niet minder, dan wat ze in Leipzig voor de Wende al deden, realistisch schilderen, maar door een gelukkige timing en een handige marketing konden ze zich profiteren (of geprofileerd worden) als een reactie op, als de ‘Neue Leipziger Schule’ of als ‘ De Nieuwe Milden’.

Ik kan me voorstellen dat Van den Bosch zegt verwantschap te voelen met kunstenaars als Neo Rauch, David Schnell, Tito Baumgaertel en Matthias Weischer. Hun realisme, hun historisme, hun spel met de ruimte, hun experimenten met kleur, ze lijken allemaal uit één bron te komen, ze lijken allemaal de resultante van één gedachtengoed. Toch is Van den Bosch anders. Hij is strakker, hij is formeler en hoekiger, hij is terughoudender en daardoor vraagt hij meer, zijn absurdisme is incidenteler, zijn ironie is serieuzer, zijn verhalen zijn veel minder ingevuld. Henk van den Bosch is uiteindelijk meer Piet Mondriaan.

Bovendien heeft zijn werk grotere fysieke mogelijkheden. Door zijn geraffineerde spel met de ruimte, heeft hij de potentie om tot ruimtelijke presentaties te komen. Niet alleen de ruimte op zijn doeken, maar ook de ruimte waarin ze gepresenteerd worden zou hij naar zijn hand kunnen zetten. Hij zou de kijker kunnen onderdompelen in zijn wereld. Voor mij zouden de jaren vijftig dan nog levendiger naar boven komen, voor een ander zouden andere associaties aan kracht winnen.

Rob Perrée, Brooklyn, februari 2007.


About Norbert & Oeke

Contemporary Art Gallery & art-dealers since 1988. Our keywords: honest, responsible, good value for money.
This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>