Milan Kunc
DE KUNST VAN DE KITSCH
[door Rob Perrée, uit: catalogus '80 + 25 = 2005]
Een klassiek Romeinse sculptuur, naakt, staat met zijn rug naar de kijker. Met zijn rechterhand houdt hij een rood gordijn open. Een toneel suggererend. Zijn linkerhand houdt hij met gespreide vingers op zijn rug. Hij heeft een wit t-shirt aan met daarop, in rood en groen, de tekst ”I love Italy”. De sculptuur is omringd door een woud van groene blaadjes.
Kunc maakte dit werk in 1990. Het is in de eerste plaats een rake typering van Italië. Een land dat een oude, rijke en smaakvolle cultuur combineert met een kitscherig heden waarin de media alles doen om dat verleden effectief te verloochenen. ‘I love Italy’ is echter ook typerend voor de manier waarop Milan Kunc werkt.
Kunc (1944) is van oorsprong Tsjech, maar heeft een groot deel van zijn leven in Duitsland gewoond en gewerkt. Hij schildert figuratief, maar dat is misschien het enige gewone aan zijn werk. Ieder doek, iedere fotocollage en ieder ceramisch object zit vol referenties. Aan het begin van zijn loopbaan, als er nog duidelijk sprake is van Oost en West, zijn dat vaak verwijzingen naar het kapitalisme of het communisme. Een bekend doek uit die tijd is ‘Pravda- Coca Cola’, de voorpagina van de officiële Russische krant ‘bedrukt’ met het beroemde Amerikaanse logo waarvan de beginletters zijn vervangen door het hamer en sikkel teken. Daarna hebben ze meer te maken met een consumptiemaatschappij die gevoed en aangezet wordt door de massamedia. Het beoogde engagement hult zich in een opmerkelijke vorm. Behalve voor felle kleuren kiest Kunc voor cartooneske, popartachtige verbeeldingen. Die overdrijving brengt de werken op het grensvlak van de goede smaak, op het grensvlak tussen kunst en kitsch. Een bewuste keuze. Een doek uit 1988 laat bijvoorbeeld de beroemde Egyptische sfinx zien in de vorm van een neerliggende, wulpse, hooggehakte, in een rood cocktailjurkje gestoken vrouw, een brandende sigaret voor zich, met op de achtergrond twee zuilen, op de één een tv-toestel en op de ander een telefoon. Dat smakeloze absurdisme, die samenbundeling van tegenstrijdigheden, dat als goedkoop te boek staande effectbejag zorgen ervoor dat de kijker niet om de boodschap heen kan. Kitsch is immers een universele taal. In dat proces speelt ook de humor een belangrijke rol. Vooral als het gaat om intermenselijke relaties krijgt die humor vaak hilarische trekjes. Het is haast niet voor te stellen dat Milan Kunc op de academie in Düsseldorf een leerling van Joseph Beuys was. Een groter verschil is haast niet denkbaar.
In 1979 richt Milan Kunc samen met Peter Angermann en Jan Knap de ‘Gruppe Normal’ op. Ze stellen zich tot doel zo te schilderen, dat de boodschap overkomt. Vanuit dat idee hebben ze in verschillende grote steden – Parijs, Berlijn, New York – bijvoorbeeld muurschilderingen gemaakt die het leven in een metropool tot onderwerp hebben. De groep heeft weliswaar maar vier jaar bestaan, maar de leden zijn hun uitgangspunt grotendeels trouw gebleven.
@-@
”De nieuwe, komende kunst moet om te huilen zo mooi zijn.”
Milan Kunc, 1989







