Vuistslag der Bloedhete Absoluutheid

„CREATIES”-RECHT-TOE-RECHT-AAN

De vuistslag der bloedhete absoluutheid door Charles Wentinck [1951]

”Er is niet één krant, die hét eens laat knetteren”. (E. W. 17.2-’51)

De in alle zalen van hat Amsterdamse Museum Fodor exposerende groep ”Creatie” heeft voor 1951 een prijs beschikbaar gesteld in de vorm van een schilderij ter waarde van f 250 voor een artikel waarin het streven van de Absolute Kunst het beste wordt vertolkt. Hoewel het mij niet geheel duidelijk is in hoeverre aan kunst, zij deze ook absoluut, een streven kan worden toegekend, wil ik niettemin trachten, het waardevolle schilderij te bemachtigen. De lezer gelieve dan ook bij het ter hand nemen van dit stukje er rekening mee te houden dat het bij het schrijven niet zozeer mijn opzet was, hem ter wille te zijn als wel „het streven der absolute kunst”.

Het zal mijn taak zijn, het wezen dier Absolute Kunst in al zijn diepte bloot te leggen. Daartoe schijnt het mij noodzakelijk, vooral systematisch te werk te gaan, en al dadelijk door te dringen tot de diepere betekenis van het begrip „Absolute Kunst”. Welnu, Absolute Kunst is kunst die Absoluut is. Zij onderscheidt zich van de gewone kunst – als die van Rembrandt door het feit dat zij Absoluut is. Dat wil zeggen, dal zij geheel en al kùnst is, kortom: Absoluut. Na aldus te zijn doorgedrongen tot de betekenis van de naam der nieuwe kunstrichting lijkt het mij ter take, te wijzen op het eminente belang dezer richting. Immers, het zal wel een ieder duidelijk zijn, dat de overgang van de gewone kunst naar de Absolute een beslissende stap vooruit is. Bleef de kunst voordien in halfheid steken, thans heeft zij haar gansheid, beter gezegd: haar Ahsoluutheid verworven.

Wanneer wij dan ook de expositieruimte betreden, valt die Absoluutheid onmiddellijk op. Konden wij bij de halfslachtige kunst, zoals het Rijksmuseum deze piëteitshalve nog bewaart, gemakkelijk herkennen wat werd voorgesteld, bij de Absolute Kunst blijft ons deze beledigende eenvoud, die onzerzijds geringe vindingrijkheid veronderstelt, bespaard. Wij beseffen terstond, hoe armelijk de niet-Absolute (of halfslachtige) kunst is; zij ging immers bij de wel zeer banale werkelijkheid van alledag te rade, omdat de verbeeldingskracht der niet-Absolute (of halfslachtige) kunstenaars niet toereikend was om uit eigen middelen een Absoluut Schilderij tot stand te brengen. Gelukkig zijn wij thans veel l verder gekomen, onder andere dank zij Piet Mondriaan die, gelijk de voorzitter van de Absolute Kunstenaarskring al zei, een der grote zonen van Nederland is. Zoals elk wel weet was Mondriaan de eerste schilder, die enkele karakteristieke trekken van de Nederlandse in de schilderkunst tot uiting bracht. Het ”recht toe, recht aan” bezielde hem alras, evenals de zeevaarders, voor wie het ,,recht door zee” stoer devies was. Ook de diepe wijsheid dat niet het vele goed is, maar het goede veel deelde hij met andere voortreffelijke vaderlanders; zo kwam hij ertoe, het blanke doek als hoogste ideaal te stellen, hetgeen hij, naar velen betreuren, nooit verwezenlijkte. Doch ligt niet in het streven de waarde, meer dan in het bereiken? Keren wij echter terug tot de Absolute Kunst van nu.

Allereerst vallen degenen op, die losjesweg of meer gewikt en gewogen wat lijnen en kleuren op hun doek brachten. Zij bereikten een kleurrijk en aangenaam-stemmend geheel; de Absolute Schilder André van der Vossen bijvoorbeeld blijkt zeer vindingrijk. Hij schildert dan ook zoals vroeger de Absolute Componist Bach Johann S. – muziek schreef, dat wil zeggen: Absoluut. Het zal u bekend zijn dat Bach een handvol noten rhythmisch groepeerde, daarop deze groepering wijzigde en zo voort, zonder enige bijbedoeling. Welnu, wat Bach met noten deed doet de Absolute Schilder met lijn en kleur: zonder iets voor te stellen plaatst hij hen naast elkaar, wisselend al naar zijn luim dit wil.

Keren wij nogmaals terug tot de expositie. Behalve de met overleg te werk gaanden, die hat Absolute betrappen tussen Absolute Lijn en Absolute Kleur – zij worden wel de neo-plastici genoemd – zijn er de diepbewogenen, de sanguinici, wier gerede gemoed bij elks emotie in Absolute trilling geraakt. Die heerlijke bewogenheid geven zij zonder omhaal prijs aan het maagdelijke doek. Zij spuien hun hartstocht in roden en blauwen, in striemende strepen en vlugge vegen.

Terecht, o lezers, verachten zij de voorstelling. Ligt de diepste drift van de mens in de weerspiegeling dezer drift op zijn gelaat? Neen immers! Het gaat om de naakte drift zelve, om haar bloedhete Absoluutheid, niet om haar afglans. Daarom: de kwast gegrepen en ferm geschilderd, zonder overleg, zonder zorg om compositie, om wat dan ook. ”Urtümlich”, ha, dit woord zegt het zo heerlijk. Het schilderij zij als een vuistslag. De druipende verf getuige van de gloed der bezetenheid: Absoluut, Absoluut! Het schilderij zij als een vloek want is er hoger kunstwerk denkbaar dan de vloek? Is niet de vloek de door geen raisonneren verzwakte, onmiddellijk uit de diepste lagen van het menselijk bewustzijn opkomende, zuivere en intense uiting van een hevige emotie, – onbekommerd om de herkenbaarheid van de uitgestoten klank, die immers niets wil voorstellen, maar enkel de hartstocht bevat, die in een ongebroken opwelling zijn met leven geladen energie uitstort? Is hij niet, de Vloek, aarzelen wij niet het te zeggen …. Absoluut, heerlijk Absoluut?

Ch. WENTINCK


About Norbert & Oeke

Contemporary Art Gallery & art-dealers since 1988. Our keywords: honest, responsible, good value for money.
This entry was posted in Jaren '50. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>